Geschiedenis van de omgeving van Cafe "Mankind"

 De volgende tekt is verzorgd door de heer E.C. Hilgers van Geo Buro Amsterdam.

Inleiding

 

In het begin van de dertiende eeuw hebben de eerste bewoners van Amsterdam zich aan de Amstel gevestigd.De eerste bebouwing is gevonden d.m.v. opgravingen aan de huidige Nieuwendijk.

De Nieuwendijk is ontstaan uit aan elkaar gegroeide terpen langs de Amstel, waarop de eerste houten huisjes gebouwd werden met een breedte van ca 4 meter en een diepte van ca 7 tot 10 meter.De lange wanden van deze 1 kamer huisjes bestonden uit een vlechtwerk van els, wilg en hazelaar, terwijl de voorgevel uit houten planken bestond. 

De Amstel had een breedte van de Nieuwendijk tot de Warmoesstraat en stroomde via het huidige Rokin en het Damrak naar het IJ. 

 

Vroegste ontwikkeling van Amsterdam 

Waarschijnlijk rond 1270 is de dam in de Amstel gelegd, waaraan Amsterdam zijn naam dankt. Aan het eind van de dertiende eeuw is in de dam een houten sluis met een bakstenen gewelf gebouwd. In 1275 kreeg Amsterdam het privilege tol te heffen op deze dam. 

De Oude Wetering (later Boerenwetering) stroomde via de huidige Ruysdaelkade over een nu niet meer zichtbare loop naar het huidige Koningsplein waarna via de Nieuwezijds Voorburgwal de Nieuwezijds Kolk bereikt werd, alwaar de Oude Weteringen in de Amstel uitmondde.

Op de plaats waar de Oude (Boeren)wetering in de Amstel uitmondde, was het kasteel van de Heren van Amstel gebouwd. 

Op de hoek van de Nieuwezijds Kolk met de Nieuwezijds Voorburgwal, dus aan de oever van de Oude (Boeren)wetering, is in 1300 de eerste molen van Amsterdam gebouwd. 

Een houten kerkje t.p.v. de huidige Oude Kerk dateert van rond 1250. De oudste fase van een stenen kerk op deze plaats dateert van ca. 1300. 

Als straf voor het feit dat de Amsterdammers Jan van Amstel, de zoon van Gijsbrecht van Amstel, geholpen hadden bij het terug krijgen van zijn macht over Amsterdam, moest Amsterdam bij vonnis van 21 mei 1304 door graaf Willem III binnen 14 dagen zijn kasteel en verdedigings werken slopen. Deze verdedigingswerken bestonden uit aarden wallen met daarop een houten palissade. De "stad" werd omgeven door een brede gracht. Tevens verloor Amsterdam het tol privilege en de stadsrechten. 

 

Eerste uitbreidingen 

In 1382 werd de stad vergroot tot de Spuistraat (toen nog water) en de Oude­zijds Achterburgwal. 

In 1425 werd de stad weer vergroot en strekte zich toen uit van de Schreierstoren via de Geldersekade en Kloveniersburgwal tot de Munt en vandaar via de pas in 1454 voltooide Singel tot de Haarlemmerstraat. 

Pas in mei 1481 werd begonnen de stad te ommuren door een stenen verdedigingswerk met stenen poortgebouwen. In 1483 was dit werk grotendeels voltooid. 

In 1585 werd een strook grond bij de stad genomen van het Singel tot de binnenkant van de huidige Herengracht, vanaf de Haarlemmerstraat tot aan de Beulingsloot.

 

Grote uitbreiding van de stad, eerste uitleg 

Op 26 april 1610 werd het plan goedgekeurd de stad grondig uit te breiden. In 1612 werd met dit ambitieuze werk begonnen. 

De Herengracht, Keizersgracht, Prinsengracht met de zijgrachten werden gegraven vanaf de Brouwersgracht tot aan de Leidsegracht.

Er werd om de stad een wal gebouwd vanaf het IJ tot aan de Leidsegracht met aan de binnenzijde een gracht genaamd de Lijnbaansgracht en aan de buitenzijde een gracht genaamd de Singelgracht. Tussen de wal en de Lijnbaansgracht werd een weg aangelegd genaamd de Schans (nu Marnixstraat). Op deze wal werden 12 bolwerken gebouwd die verbonden werden door een muur met een dikte van 5 voeten en een hoogte van 18 voeten.

Een bolwerk was een vijfhoekige uitbouw van de stadsmuur, versterkt met daarop geplaatste stukken geschut. Elk bolwerk rustte op 44 overwelfde bogen en had een omtrek van ca. 200 meter.

Tweede uitleg 

In 1658 werden bovengenoemde grachten inclusief de wal en de Schans verlengd tot aan de Amstel. Op dit verlengde deel werden nog eens 14 bolwerken gebouwd, verbonden d.m.v. verdedigingsmuren. Op 25 van de 26 bolwerken stond een molen. De bolwerken waren allen met zwaar geschut bezet.

In 1663 werden 4 poortgebouwen gebouwd met de namen Leidsepoort, Utrechtsepoort, Weesperpoort en Muiderpoort. 

 

Omgeving Café Mankind 

In 1668 werd er nog een klein poortje bijgebouwd genaamd het Weteringpoortje (soms ook Spiegelpoortje). 

Het was een poortje wat onder de stadswal door ging met daarnaast een schutsluis ten behoeve van de schipperij aan het eind van de Weteringstraat. Waarschijnlijk om een symmetrisch bouwwerk te krijgen, was naast de doorvaart in de stadswal een bergplaats gebouwd. Poort, doorvaart en bergplaats vormden 1 bouwwerk van 3 bogen, waarover het wegdek werd gelegd met aan weerszijden een ijzeren leuning, zodat vanaf de stadszijde een grote gelijkenis ontstond met de bruggen over de stadsgrachten

Ter zijde van de poort en de bergplaats waren stenen trappen aangelegd, waarover men de Schans kon bereiken. Dit poortje werd gemaakt tot gerief van de lakennering en de blekers, die gevestigd waren langs de Oude (Boeren)wetering. Voor dit poortje lag over de Singelgracht een houten voetbrug met twee vallen .

 

Het bolwerk voor de Spiegelgracht had de naam "Amstelveen" met daarop de korenmolen "De Spiering". Dit bolwerk stond juist voor het midden van de Spiegelgracht en gaf daardoor deze gracht een bijzonder mooi aanzicht.

 Het volgende bolwerk had de naam "Wetering" ook wel "Wetering­punt" genoemd, naar de nabij gelegen Oude of Boerenwetering. De korenmolen op dit bolwerk had de naam "De Wetering". In de kazemat onder de wal was een batterij met vier twaalf­ponders.

 Aan de Schans, tussen de Weteringschutsluis en bolwerk "Wetering" was het schurfthuis van de Aalmoezeniers. In dit pand werden lijdende aan schurft, zeere hoofden en andere onreine ziekten verpleegd. Later werd dit gebouw gebruikt als manufacturenhuis voor o.a. het weven en bewerken van allerlei stoffen en zijde.

 

In 1694 werd dit gebouw verkocht voor f 9000,- met een erfpachtcanon van f 12,- p.j. om het zogenaamde "Beterhuis" of "Verbeterhuis" op te richten. Vermeld werd in die jaren al, dat het een slecht en onregelmatig gebouw was.

.

In het "Beterhuis" konden zwakzinnigen, gekken alsmede 'dronkaards en jongelui die een losbandig leven leidden', op verzoek van hun familieleden of het gerecht op kosten van de verzoeker opgesloten worden om hun slechte gedrag te verbeteren. Tot 1825 is het gebouw als zodanig in gebruik geweest. Daarna heeft de schilder Cornelis Kruseman er zijn atelier gehad.

Op 14 februari 1827 verhuisde het zijdewindhuis van de Groenburgwal naar dit gebouw. Op 24 december 1828 werd deze inrichting al weer gesloten en op 15 september 1830 is het gebouw met de tuin voor f 6000,- door de gemeente ter veiling aangeboden en uiteindelijk op 6 oktober 1830 voor f 5000,- uit de hand verkocht.

In 1865 zijn er de woningen gebouwd, die er nu nog staan. 

Op 18 november 1840 besloot de gemeenteraad het Weteringpoortje voor afbraak te verkopen. De opbrengst werd op f 2000,- geschat. Voor dat geld bouwde men een ijzeren hek en een verblijf voor de beambten belast met de inning van de stedelijke accijns en voor de hekkensluiter. In 1842 was het wachtlokaal tot stand gekomen en waren de poort met aansluitende muren gesloopt. Op de verkregen ruimte werd een plantsoen aangelegd.

Met ingang van 1 januari 1846 werd voor deze poort het poortgeld tot 's avonds elf uur afgeschaft, doch bleef 's nacht gehandhaafd. De doorvaart werd in 1878 omgebouwd tot een schutsluis met een schutlengte van 31 meter en voorzien van twee eb- en vloeddeuren.

Op 15 januari 1866 werd de naam "Weteringschans" gegeven aan de Schans tussen Frederiksplein en de Weteringpoort. Op 15 mei 1878 kreeg ook het deel van de Schans tussen Weteringpoort en Leidseplein deze naam. 

In 1872 werd de Singelgracht tussen de Leidsepoort en de Weteringpoort genormaliseerd en tot 30 meter versmald door aanplemping vanaf de stadszijde. Tevens werd het bolwerk Amstelveen doorgegraven en tot gracht bestemd. De in 1877 gebouwde brug voor het Rijksmuseum ligt bijna geheel op de plaats van het bolwerk.

Op 6 maart 1878 werd toestemming verleend voor het bouwen van een aantal villa's op het aangeplempte stuk grond. 

Bij raadsbesluit van 2 september 1891 werd de rooilijn vastgesteld voor het gedeelte van de Weteringschans tussen de Spiegelgracht en de Weteringstraat. Aan de kant van de Lijnbaansgracht werd de rooilijn voor dit bouwblok ,op 6 april 1892 vastgesteld. Deze grond werd verkocht voor      f 50,- per vierkante meter. Op het voorste stuk vanaf de Spiegelgracht werden een aantal woningen gebouwd.

Aansluitend aan dat terrein had op 23 oktober 1897 de opening plaats van het gebouw der "Vereniging voor vocale en dramatische kunst" onder leiding van mejuffrouw Cateau Esser. Twee jaar later werd deze inrichting vergroot door aantrekking van perceel Weteringschans 103.

Tegenover het verbeterhuis, aan de Lijnbaansgracht, was waarschijnlijk al vanaf 1658 de stadsstratenmakerswerf gelegen. Op 27 december 1855 besloot de gemeente dit terrein te verkopen. Op een deel van dit terrein aan de Vijzelgracht werd op 7 juli 1857 de eerste broodfabriek van Nederland in gebruik genomen.

Op 4 februari 1879 ontstond brand in de molen, waardoor de molen en het hoofdgebouw geheel afbrandde. De bijgebouwen, het graanpakhuis en de bakkerij hadden weinig geleden, zodat met bakken doorgegaan kon worden. Een jaar later was de fabriek geheel herbouwd en werd later nog enige malen uitgebreid. 

Op het deel van het terrein gelegen nabij de Weteringstraat werd de scheepstimmer- en schuitemakerswerf "De Nachtegaal" van de firma Bernhard gevestigd. 

De gemeenteraad besloot op 4 februari 1874 het plantsoen langs de Schans tussen de Weteringpoort en de huidige speeltuin aan het 2de Weteringplantsoen te vergroten. In 1876 werd dit deel van de Singelgracht met modder aangeplempt en met teelaarde opgehoogd. Het jaar daarna werd begonnen met het aanleggen van wandelpaden en beplanting. Tevens werd de daar gelegen openbare omheinde zwemplaats in de stadsvest opgeruimd. 

In het midden van dit plantsoen op het voormalig bolwerk Wetering, lag het daar in 1862 gevestigde café en tuin "Flora". In 1876 was dit café met pleziertuin al over gegaan in handen van A. Boer, die het in 1879 verbouwde  en in de tuin een feestgebouw met toneel stichtte. Hij gaf dit de naam "Maison Boer". Talloze bruiloften en partijen zijn daar gevierd. 

In april 1940 is het feestgebouw afgebroken en in 1942 verrees daar de huidige Museumflat aan het eerste Weteringplantsoen. 

Pas in 1872 werd een brug gebouwd over de Lijnbaansgracht bij de Vijzelgracht en in 1875 de brug over de Singelgracht voor de Ferdinand Bolstraat. Het daar gelegen pontje kon toen worden opgeheven. 

In 1933 is de Vijzelgracht gedempt.